|
Februari
2002
Zo'n
drie jaar geleden besloot ik dat ik een hond wilde. Mijn werk op de
kinderboerderij laat toe dat ik mijn hond mee neem, maar aangezien ik
klein behuisd ben en niet over een auto beschik kon het geen grote hond
worden. Ik ben gaan zoeken naar een ras dat mij aansprak en kwam een
plaatje tegen van een basenji, de rasbeschrijving sprak mij wel aan en
ik heb toen contact opgenomen met iemand die mij meer kon vertellen over
het ras en hoe je aan een basenji pup komt. Er werd mij aangeraden om
alvorens een pup aan te schaffen eens te gaan kijken bij mensen die er
een aantal hadden, zodat ik een uitgebreider beeld van het ras kon
krijgen. Na mijn bezoek aan drie honden in Lelystad kwam ik op de puppy
lijst. Ruim een jaar later werd er in Friesland een nest geboren waar
een reutje bij zat waar ik voor in aanmerking kwam. Mijn eerste bezoek
aan Hanneke en Martin was toen de pups ongeveer twee weken oud waren.
Buiten het nest van vijf pups en de moeder hond hadden zij een volwassen
reu en nog een teefje. Allen waren even vriendelijk maar niet
over-enthousiast (iets wat bij het ras hoort) en blakend van gezondheid.
Hanneke vertelde uitgebreid over de vorderingen van de pups en hoe ze
bijvoorbeeld iedere dag gewogen werden om te zien of ze wel voldoende
groeiden, hoe moeder Misty reageerde op de andere honden, maar ook dat
Basenji's erg zelfstandige honden zijn die, als het ze uitkomt, best wel
braaf zijn. Maar zoals de herdershond bijvoorbeeld die niets liever wil
dan samen met de baas werken en er dan alles voor over heeft om braaf
gevonden te worden, zo is de basenji niet. Wat erg duidelijk naar voren
kwam, ook in gesprekken tijdens mijn latere bezoeken was, dat bij het
fokken van een nest karakter en gezondheid nog boven "showbaarheid"
stonden. Dit is iets waar ik zelf ook veel belang aan hecht, aangezien
alleen een goed fokbeleid de gezondheid van een ras kan verzekeren.
Voordat de pups naar hun nieuwe baasjes zouden gaan, werd het hele nest
naar de universiteitskliniek in Utrecht gebracht voor een oogonderzoek.
Verder werd afgesproken dat alle pups, als ze oud genoeg waren, op HD
onderzocht zouden worden, ondanks dat dit maar zeer sporadisch voorkomt
bij het ras. Een ziekte die vaker voorkomt is het Fanconi syndroom, een
ongeneselijke nieraandoening die pas op latere leeftijd tot uitdrukking
komt. Onbehandeld is deze ziekte dodelijk dus is het van het grootste
belang om op tijd de juiste diagnose te stellen zodat met de juiste
medicatie de hond nog een prima leven kan leiden. Nubis was ruim acht
weken toen ik hem op ging halen, gezond, goed gesocialiseerd naar honden
maar ook naar mensen, kortom een hond met de juiste basis om op te
groeien tot een sociale, vriendelijke gezelschapshond. Uiteindelijk is
het iets anders gelopen dan dat ik gehoopt had. Op het moment dat ik dit
schrijf is Nubis net twee geworden en we hebben pas met glans de basis
cursus bij een Martin Gaus hondenschool doorlopen.
Hier ben ik op advies van een vriendin van Hanneke en Martin, die
gedragstherapeute is, terecht gekomen. Er viel namelijk de laatste tijd
geen land met Nubis te bezeilen. Ik had hem een zeer consequente
opvoeding gegeven en hij was vergeleken met veel andere basenji's heel
braaf, maar toch ging het niet goed. Binnen mijn werk komt hij in
aanraking met veel verschillende mensen en natuurlijk ook dieren. Nu is
een basenji een jachthond die oorspronkelijk zelfstandig het wild diende
op te sporen en te doden, iets wat zo diep geworteld zit in de natuur
van het ras, dat is er niet uit te trainen. Hiermee begonnen dan ook de
eerste problemen. Over het algemeen kon Nubis op mijn werk loslopen,
maar als er een konijn of een kip ontsnapte ging hij er wel achteraan,
ik moest hem dus altijd in de gaten houden. Na verloop van tijd begon
hij door te krijgen dat als hij maar uit mijn gezichtsveld was, dat ik
ook niet op tijd in kon grijpen als hij iets deed wat niet mocht. Ook
had hij in de gaten dat hij sneller was dan ik en dus buiten mijn bereik
kon blijven. Als ik hem op z'n kop gaf als hij iets deed terwijl ik er
bij was leek dit een averechts effect te hebben. Hij werd niet minder
ongehoorzaam hij leek zelfs stouter te worden. Uiteindelijk heeft hij
onze schapen een keer opgejaagd en er een in de neus weten te bijten, ik
heb toen moeten besluiten om hem alleen nog los te laten als ik mijn
volledige aandacht op hem kon richten en er voor kon zorgen dat hij niet
in de buurt van de dieren kon komen. Dit alles was vervelend maar niet
onoverkomelijk, het vergde meer aandacht van mij, maar dat had ik er wel
voor over. Een ander, veel ernstiger probleem was, dat Nubis naar mensen
begon te grommen. Het begon heel voorzichtig bij een persoon maar al
gauw werden er dat steeds meer. Dit kon ik absoluut niet tolereren dus
gaf ik hem vreselijk op z'n kop. De situatie escaleerde, ik leverde een
continue strijd met geen enkele verbetering in het vooruitzicht en na
een week was ik zo ver dat ik besloot hem weg te doen in de hoop dat hij
bij iemand anders beter op z'n plek zou zijn. Ik belde Hanneke om haar
op de hoogte te brengen van de situatie en om haar hulp te vragen bij
het zoeken naar de oplossing die het beste was voor Nubis. Een
dierenarts kon geen lichamelijke oorzaak voor Nubis' gedrag vinden,
waarna ik op verzoek van Hanneke en Martin contact heb gehad met
gedragstherapeute Wilma de Vries, in de hoop er achter te komen wat er
aan de hand was, zodat de eventuele nieuwe baas daar bij voorbaat
rekening mee kon houden. Uit de informatie die ik kon geven over het
gedrag van Nubis kon Wilma opmaken dat het probleem waarschijnlijk
veroorzaakt werd doordat het voor hem niet duidelijk was wie van ons de
baas was. Binnen een roedel is er altijd een roedelleider aanwezig die
onvoorwaardelijk gevolgd word. Als het voor een hond niet duidelijk is
wie de baas is zal hij zelf deze taak op zich nemen en ontstaat er
strijd op het moment dat je als "ondergeschikte" de hond wilt dwingen
tot bepaald gedrag. Alles op een rijtje zettend kon ik me goed
voorstellen dat dit voor Nubis en mij opging. Zaak was dus om Nubis er
van te overtuigen dat ik de baas was. Ik had gemerkt dat straffen bij
Nubis geen verbetering in zijn gedrag teweeg bracht dus, de clicker
training waarbij gewenst gedrag beloond wordt en de hond gestimuleerd
wordt om op zoek te gaan naar die beloning sprak mij meteen aan.
Al snel liet Nubis op cursus zien dat hij uitstekend reageerde op deze
methode en het werd duidelijk dat hij zich veel prettiger ging voelen,
hij begon zich te ontspannen en zijn leergierigheid te tonen. Het is mij
inmiddels duidelijk dat ik de veroorzaker was van het negatieve gedrag
van mijn hond en dat het aan mij is om te zorgen dat ik niet terugval in
een oud gedragspatroon, waardoor de problemen weer zouden beginnen. Door
het dominante karakter dat eigen is aan een basenji zal het nooit een
makkelijke hond worden, maar inmiddels heb ik de hond die ik voor ogen
had toen ik op zoek ging naar een pup.
Arianne Beaufort
|